Lichte daling aantal onderwijsgeschillen bij Landelijke Commissie Geschillen, Passend Onderwijs en Medezeggenschap

Samenvatting

In 2020 was er een lichte daling van het aantal voorgelegde geschillen bij de Landelijke Commissie voor Geschillen Passend Onderwijs (LCG GPO)en Geschillen Wet medezeggenschap op scholen (LCG WMS). Niet alle ingediende geschillen hebben tot een uitspraak geleid. Een aantal is niet-ontvankelijk verklaard bijvoorbeeld omdat er geen sprake was van een voldoende en concreet belang. Een aantal geschillen is uiteindelijk in der minne opgelost.

Volledige tekst

Stichting Onderwijsgeschillen

Onder de Stichting Onderwijsgeschillen vallen landelijke commissies voor de behandeling van klachten, geschillen, bezwaren en beroepen. Onderwijsorganisaties uit alle sectoren kunnen zich hierbij aansluiten. De Stichting Onderwijsgeschillen is gericht op een onafhankelijke deskundige geschillenbehandeling voor het gehele onderwijs in Nederland​. Tevens fungeert zij als Expertisecentrum voor geschilbeslechting. Een voorbeeld van de commissies die onder de Stichting Onderwijsgeschillen vallen, is de Geschillen Commissie Passend Onderwijs. Daarnaast heb je de Commissie van beroep mbo, die een personele unie vormt met de Commissie van beroep hbo. Werknemers kunnen er onder andere in beroep gaan tegen een besluit van de werkgever om een verzoek tot vermindering van de omvang van de betrekking niet toe te kennen. Sinds de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015, is deze commissie niet langer bevoegd om kennis te nemen van ontslagzaken. Een ander voorbeeld van een commissie onder de Stichting Onderwijsgeschillen is de LCG WMS.

Geschil over ontwikkelingsperspectief (opp). Verzoek ongegrond. Omdat hoogbegaafdenonderwijs in de basisondersteuning zit, hoeft voor de hoogbegaafde leerling geen opp opgesteld te worden.

Leerlinge is in 2019 haar eerste schooljaar op een basisschool in groep 2 begonnen. Uit onderzoek door het onderzoekscentrum voor hoogbegaafdheid bleek dat een disharmonisch opgebouwd intelligentieprofiel te hebben waarbij haar redeneer IQ 128 was en haar performale IQ 113. Op haar basisschool wordt voltijds hoogbegaafdenonderwijs aangeboden vanaf groep 5. Sinds het schooljaar 2019-2020 is de school voor de gemengde groep 3/4 gestart met een zogeheten topdown-groep (TDG) als vorm van passend onderwijs ter overbrugging van de periode totdat de leerling in het voltijds hoogbegaafdenonderwijs kan starten. Na een incident op school tussen leerlinge en een medeleerlinge in 2020, hebben de ouders van leerlinge haar thuisgehouden. In een gesprek met onder andere de directeur passend onderwijs en de interne begeleider hebben de ouders aangedrongen op plaatsing in de TDG. Zij menen dat door het opstellen van een ontwikkelingsperspectief (opp) extra ondersteuning kan worden geboden. De school zag hiertoe geen aanleiding.

De GPO acht het niet onbegrijpelijk dat er onduidelijkheid bij ouders van leerlingen over de aard en inhoud van het te bieden onderwijs kan ontstaan en beveelt aan om de criteria voor de toelating en de toelatingsprocedure tot de Top Down groep en tot de hoogbegaafdheidsgroep te verduidelijken. Dit neemt niet weg dat het hoogbegaafdenonderwijs in de basisondersteuning is opgenomen. Om deze reden is er geen verplichting voor de school om een opp op te stellen. Dat geldt te meer omdat, tot het moment dat leerlinge na het incident op 20 september 2020 thuis gehouden is, niet gebleken is van enige zorg over ondersteuning. De GPO acht het verzoek daarom ongegrond maar wijst erop dat de school er toe gehouden is met de ouders in overleg te blijven over de ondersteuning van hun dochter, nu zij thuis zit. Tijdens de zitting heeft het samenwerkingsverband aangeboden om het overleg te begeleiden tussen de school en ouders om vast te stellen wat voor leerlinge passend onderwijs is en waar en hoe dat het beste kan worden aangeboden.

Geschil over een voorgenomen verwijdering. Verzoek gegrond. De verwijdering van een leerling wegens het gedrag van vader mag pas als er geen redelijke alternatieven meer zijn.

De vader van een leerling haalde hem op zag dat er in diens wang gebeten was door een andere leerling. De vader heeft zich verbaal agressief geuit en een leerkracht kwam tussenbeide. De vader heeft zich vervolgens ook tegenover het personeel van de basisschool agressief geuit, in het bijzijn van andere kinderen en ouders. Er vond een gesprek plaats tussen school en de partner van de vader waarbij school gezegd zou hebben dat hem een school-en pleinverbod is opgelegd. Met het ophalen van zijn jongste dochter van de voorschool in hetzelfde gebouw zou hij het school-en pleinverbod overtreden hebben. Daarop heeft de school per e-mailbericht met het onderwerp ‘verwijdering leerling’ laten weten dat het niet meer veilig is als de leerling op de school blijft. De ouders konden ofwel vrijwillig op zoek gaan naar een andere school of de school zocht een andere school. Een week later heeft de school per brief een school-en pleinverbod opgelegd aan de vader.


De GPO meent dat de school het gedrag van de vader mocht sanctioneren met een
maatregel maar vindt de voorgenomen verwijderingsbeslissing in de omstandigheden van dit
geval een te zware maatregel. De GPO merkt op dat voor het opleggen van een straatverbod een wettelijke grondslag is vereist. De GPO stelt verder dat een schoolbestuur pas tot een voornemen tot verwijdering kan beslissen vanwege het gedrag van een ouder, indien er geen redelijke alternatieven meer zijn om het gedrag van de ouder te reguleren. De maatregel is een uiterste middel vanwege de verstrekkende consequentie voor de leerling. Bovendien is niet duidelijk gemaakt waarom het hele gezin van de vader zorgt voor onveiligheid op de school. Het personeel heeft geen onveiligheidsgevoel bij de partner. De GPO is van mening dat de school alternatieve mogelijkheden heeft om het veiligheidsgevoel op school te herstellen en het gedrag van verzoeker te reguleren, juist ook nu de vader zelf een mediationvoorstel heeft gedaan om de verstandhouding met de school te normaliseren. De GPO oordeelt dan ook dat de voorgenomen verwijderingsbeslissing een te zware
maatregel is, die niet genomen had mogen worden in het belang van de leerling, namelijk het
ononderbroken voortzetten van haar schoolloopbaan in een vertrouwde omgeving, en verklaart het verzoek van de vader tot voortzetting op de school gegrond.

WMS

In de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) staan regels over de medezeggenschap op scholen in het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs en in de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Voor partijen die betrokken zijn bij de medezeggenschap en niet tot een minnelijke oplossing van een geschil kunnen komen, is het mogelijk het geschil voor te leggen aan de LCG WMS. Een geschil kan worden voorgelegd door het bevoegd gezag of door het medezeggenschapsorgaan dat bij het geschil betrokken is, zoals de medezeggenschapsraad of de ouder- en leerlinggeleding. Een geschil wordt bijvoorbeeld voorgelegd als het bevoegd gezag niet de vereiste instemming voor een voorgenomen besluit heeft gekregen of geen advies heeft gevraagd terwijl er wel een adviesrecht geldt. De uitspraken van de LCG WMS zijn bindend.

Aantal geschillen 2020 en 2019

Niet alle ingediende geschillen leiden tot een uitspraak door de LCG. Uit het Jaarverslag 2020 LCG WMS blijkt dat de LCG WMS in 2020 totaal 26 geschillen heeft behandeld. Hiervan hebben veertien geschillen geleid tot een uitspraak. Van deze veertien geschillen zijn er zes (gedeeltelijk) niet-ontvankelijk verklaard. In 2019 zijn er 30 geschillen ingediend. In dertien gevallen leidde dit tot een uitspraak.

Gering aantal uitspraken

Partijen komen na de indiening van een geschil vaak nog zelf tot een oplossing In 2020 was dat in twaalf van de 26 gevallen. Het indienen van een geschil heeft dan als effect dat partijen zich met succes inspannen om te komen tot een minnelijke oplossing. Bovendien zijn er veel ‘richtinggevende uitspraken’ waarvan de strekking verder gaat dan het geschil waarin uitspraak gedaan is. Soortgelijke principiële kwesties gaan dan meestal niet meer naar de LCG.

Verzoek aan LCG WMS niet-ontvankelijk: vereist belang

Bij het indienen van een geschil moet er sprake zijn van een voldoende en concreet belang. Het verzoek moet ook gericht zijn op daadwerkelijke gevolgen. Een verzoek van de medezeggenschapsraad om een adviesgeschil te behandelen over het openen van een nieuwe dependance, terwijl er nog geen besluit over genomen was, werd door de LCG WMS niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoek aan LCG WMS niet-ontvankelijk: vereiste hoedanigheid

Individuele personen zoals ouders zijn geen medezeggenschapsorgaan en kunnen geen geschillen indienen. Een verzoek van kandidaatleden die een verzoek hadden ingediend omdat hun kandidatuur voor de medezeggenschapsraad zou zijn genegeerd, werd niet-ontvankelijk verklaard.

Bronnen

https://onderwijsgeschillen.nl/

https://onderwijsgeschillen.nl/over-ons/missie-en-visie

https://onderwijsgeschillen.nl/commissies

https://onderwijsgeschillen.nl/commissie/landelijke-commissie-voor-geschillen-wms

https://onderwijsgeschillen.nl/commissie/commissie-van-beroep-mbo

https://infowms.nl/actueel/jaarverslag-landelijke-commissie-voor-geschillen-wms-2020-gepubliceerd

https://infowms.nl/actueel/wanneer-een-verzoek-aan-de-geschillencommissie-wms-niet-ontvankelijk

Photo by Mira Kireeva on Unsplash

Gepubliceerd door Babita Bissumbhar

Welkom op mijn website. Ik ben Babita Bissumbhar. Ik ben juriste en docente NT2. Ik schrijf in mijn blogs over onderwerpen waar mensen in mijn omgeving over praten. In 'Blog 1 Nederland' bespreek ik ontwikkelingen en zaken, veelal uit, maar niet beperkt tot het bestuursrecht. In 'Blog 2 Primary school language' schrijf ik, op verzoek in het Engels, in welke talen er gedoceerd wordt in het primair onderwijs in het buitenland. Ik hoop dat de blogs voor jou als lezer informatief zijn. Wil je een deel van de tekst overnemen, vraag dan eerst mijn toestemming. Heb je behoefte aan juridisch advies? Neem dan contact op voor een gratis en vrijblijvend intakegesprek.

Plaats een reactie